‘De liefde gaat vóór keuzes over groei of opvolging’

CFO Arnold Mars over familiewaarden bij AFAS

Ruim tien jaar geleden volgde Arnold Mars zijn vader op als financieel directeur van AFAS. Samen met Bas van der Veldt heeft hij de dagelijkse leiding over het bedrijf. Arnold nam de familiewaarden over én geeft ze door. ‘Mijn kinderen lopen af en toe rond op kantoor. Dat vind ik het mooiste wat er is, die momenten waarop ook zichtbaar is dat we een ander bedrijf zijn, een familiebedrijf.

Waaraan kan ik zien dat AFAS van jullie families is?

‘Onze families staan hetzelfde in het leven, en dat bepaalt ook hoe we zichtbaar zijn. Wij vinden het belangrijk om te delen, om oog te hebben voor elkaar. Dat hebben we altijd al gehad thuis, ook vroeger al. En dat nemen we dus mee naar AFAS. Als iemand ziek is, of een lastige tijd heeft, hebben we daar aandacht voor. In ons huishouden en de opvoeding van onze kinderen zijn dezelfde waarden belangrijk. Mijn vrouw Marianne doet een maaltijdproject, we hebben een familiestichting, we zijn actief bij de kerk en met het sociale leven in de wijk waar we wonen. Hoe we zijn bij AFAS is dus geen rollenspel. De thema’s liefde, duurzaamheid en toekomst zijn persoonlijk, we doorleven ze.’

Je bent CFO. Hoe zie je je rol?

‘Op mijn visitekaartje staat inderdaad dat ik financieel directeur ben. En die specialisatie ligt me goed. Ik hou ervan om vanuit de ratio van de cijfers op zoek te gaan naar de emotie. Zomaar gemiddeldes uitrekenen, doe ik daarom zelden. Ik wil van individuele organisaties weten hoe zij hun toekomst met AFAS zien. Ik stuur de afdelingen Controlling en Procesbeheer aan, begeleid grote contracten en aanbestedingen, voer onderhandelingen - maar mijn verantwoordelijkheid gaat veel verder. Samen met Bas ben ik verantwoordelijk voor het hele bedrijf. Zo voel ik dat, en zo voelt Bas dat ook.’

Je nam de dagelijkse leiding samen met Bas over. Hoe was dat?

‘We hebben vanaf het begin gezegd: we willen onszelf zijn. Daarom zijn we dik tien jaar geleden gewoon begonnen. En wat wij inmiddels hebben, gaat verder dan vriendschap. We delen een enorme verantwoordelijkheid. Natuurlijk zijn we het soms oneens, maar dat is geen punt. Zolang je elkaar maar vertrouwt en elkaar onvoorwaardelijk steunt. En dat is bij ons het geval. We hebben dezelfde waarden en doelen. Als een van ons even minder scherp is, begint de ander daar niet over, maar die geeft gewoon even een paar procent extra. Zodat je het compenseert. We vullen elkaar aan.’

'We delen een enorme verantwoordelijkheid. Natuurlijk zijn we het soms oneens, maar dat is geen punt. Zolang je elkaar maar vertrouwt en elkaar onvoorwaardelijk steunt.'

Wat is je grootste uitdaging?

‘Het gaat met AFAS ontzettend goed, daar ben ik heel trots op. Als een prospect kiest voor AFAS, gaan we keihard voor hem aan de slag, én meteen alweer op weg naar de volgende deal. We willen beweging creëren, continu vooraan staan in de verandering. Dat is een van de redenen van ons succes. En dat is dan ook meteen mijn angst: stel nou dat we niet bewegen. Die druk is er continu.’

Wat zet je daar tegenover?

‘Rust en kwetsbaarheid. Ik zie soms directeuren met een soort plastic-happymentaliteit. Alsof ze onschendbaar zijn. Zo voel ik me niet. Wij gaan op zomervakantie altijd naar de Waddeneilanden. Afgelopen jaar vroeg mijn vrouw Marianne op de terugweg: heb je er weer zin in? Jazeker. Maar ik vind het ook spannend, ieder jaar opnieuw. Meteen dat hoge tempo. En ik denk dat het goed is om dat uit te spreken. Want ik ben ervan overtuigd dat de momentjes van onzekerheid nodig zijn om kritisch naar jezelf te kijken en je te herpositioneren. Je ziet bij grote multinationals dat sommige directeuren van het ene baantje naar het andere schuiven, dat is ook een manier om niet reflectief te hoeven zijn, om gewoon een trucje te kopiëren. Ik leer elke dag. En ik kan me door iedereen laten inspireren.’

Liever puurheid dan perfectie?

‘Zeker. Mijn kinderen lopen regelmatig rond op kantoor, dat vind ik het mooiste wat er is: dat de kinderen van wie ik zoveel hou, zijn op een plek waar ik ook veel liefde aan geef. En dat ze het nog leuk vinden ook. Ze trakteren rond oud en nieuw bijvoorbeeld collega’s op oliebollen. Dat zijn kleine momentjes waarop je ook laat zien dat je een ander bedrijf bent, een familiebedrijf. In kinderen zie je een bepaalde puurheid, wars van status, macht en nep. En kinderen zeggen dan ook dingen tegen collega’s waarvan ik denk: mwah, dat had beter niet gekund. Maar dat is niet erg. Het toont het echte.’

'Mijn kinderen lopen regelmatig rond op kantoor, dat vind ik het mooiste wat er is: dat de kinderen van wie ik zoveel hou, zijn op een plek waar ik ook veel liefde aan geef.'

Ervaar je dat ook in de samenwerking met je vader Piet?

‘In het bedrijf is Piet mijn collega. Tegelijkertijd is hij ook mijn vader, en het is heel fijn als ik juist met hem dingen kan delen. Want hij hoort niet alleen wat ik zeg, hij vóélt het ook. Toen ik het overnam, wilde ik het heel graag op mijn eigen manier doen, laten zien dat ik het anders, misschien wel beter kon. Terwijl dat in the end natuurlijk niet zo is. Piet is dé ondernemer, hij is heel succesvol, door op een eenvoudige manier te werken. Zo zie ik het zelf ook: sla het plat, waar wil je naartoe? Ik heb een hekel aan complexe formuleringen, het gaat om het dóén.’

Hoe is de relatie tussen je gezin en AFAS?

‘Marianne en ik zijn twee handen die in elkaar vouwen. We zijn nu twintig jaar samen, dus zijn we ook door elkaar gevormd. We bespreken veel samen, Marianne kan dan een heel ander licht op de zaak werpen. En ze heeft een bepaalde nuchterheid. Ze kan me remmen: joh, tot hier en niet verder. Ik probeer AFAS thuis los te laten. Tegelijkertijd zie ik dat de kinderen ook interesse hebben in AFAS. Die willen weten: wat heb je dan voor afspraak en wat betekent dat dan?’

Willen ze ook bij AFAS werken?

‘Sommige wel, ze zijn nog heel jong. Wie weet. Bedrijfsopvolging is het meest kwetsbare moment. Ik kijk nu ik ouder word ook met bewondering naar Piet en Ton. Zij hebben ons naar voren geschoven toen we nog groener dan groen waren. Ik wil dat de kinderen nu eerst hun eigen ding gaan doen, dat ze vrienden maken, en dat ze leren dat leven en leren ook buffelen kan zijn. We weten niet hoe ze zich ontwikkelen. We geven ze daarin alle vrijheid. Voor nu is het belangrijkste dat dit bedrijf blijft werken vanuit liefdevolle waarden. Dat ligt vóór het maken van allerlei keuzes over opvolging of uitbreiding of wat dan ook. Natuurlijk willen we doorgroeien, en alle bedrijven automatiseren, maar dat is niet het eerste doel. Dat is de liefde. Dát houden we vast.’

Volgende artikel:

‘Sommige dingen doen familiebedrijven heel goed.
En andere dingen doen ze niet.’