'De politiek denkt: vernieuwing zit vooral in start ups. Maar dat is onzin.’

Albert Jan Thomassen, directeur FBNed vertelt waarom familiebedrijven zo belangrijk zijn voor Nederland

Je mag het een branchevereniging noemen of een leer- en netwerkorganisatie. Om het etiket maakt Albert Jan Thomassen, directeur FBNed, zich niet zo druk: ‘Het gaat erom dat wij de belangen behartigen die familiebedrijven in het hart raken. En dat we ze verder helpen.’ Want volgens hem staat de waarde van familiebedrijven als een paal boven water: ‘Ze creëren meer werkgelegenheid en innoveren beter dan andere bedrijven, én bij een familiebedrijf weet je bij wie je koopt.’

Nederland is een land van ondernemers. Toch ziet Thomassen – al 19 jaar directeur van FBNed – dat het klimaat en de visie op ondernemen is veranderd. Thomassen: ‘Er zijn steeds minder ondernemers in de politiek en dus is er ook minder aandacht voor ondernemingen bij de besluitvorming en het maken van beleid. Een aanname die ik vaak hoor: vernieuwing komt vooral van start ups. Terwijl uit meerdere onderzoeken blijkt dat familiebedrijven juist beter zijn in innoveren. Het rendement op de euro’s die in R&D gestoken worden, zijn daar het hoogst.’

Optimale condities

Door de focus op dit soort specifieke aspecten van een familiebedrijf onderscheidt FBNed zich van organisaties als MKB Nederland en VNO-NCW. Thomassen: ‘Wij willen dat de condities in Nederland voor familiebedrijven optimaal zijn. Daarom houden we ons minder bezig met zaken als infrastructuur, want die zijn voor elk bedrijf belangrijk. Maar bedrijfsopvolging en erfbelasting zijn wel typisch onderwerpen waar wij ons druk om maken. Als een aandeelhouder van een groot bedrijf als Shell overlijdt, merkt het bedrijf daar niets van. Overlijdt een familielid die aandeelhouder is dan moet je opeens erfbelasting betalen. De meeste aandeelhouders van familiebedrijven hebben dat geld in het bedrijf zitten. Daar is gelukkig de Bedrijfsopvolgingsregeling voor. Voor dat soort beleid maken wij ons hard, zodat dit goed geregeld wordt en blijft.’


Zo’n regeling is natuurlijk goed voor de familiebedrijven, maar ook voor Nederland, zegt Thomassen: ‘Veel aandacht gaat uit naar de grote multinationals, maar uit onderzoek blijkt dat het de familiebedrijven zijn die de meeste werkgelegenheid creëren en behouden. Zeker in de dunbevolkte gebieden van Nederland. Familiebedrijven zijn vaak geworteld in hun omgeving en zitten er helemaal niet op te wachten om naar de Randstad te verhuizen. Zij zoeken naar groeimogelijkheden in de regio en vinden daar kansen om te ondernemen. En dat zorgt voor meer banen.’

‘Familiebedrijven creëren meer werkgelegenheid en innoveren beter dan andere bedrijven, én bij een familiebedrijf weet je bij wie je koopt.’

Goed zaken doen

Familiebedrijven zorgen dus voor werk, maar zijn ook een fijne partij om zaken mee te doen. Dat heeft meerdere oorzaken volgens Thomassen: ‘Bij een familiebedrijf weet je van wie je koopt en bouw je naast een zakelijke, ook vaak een persoonlijke relatie op. Dat geeft vertrouwen. Je hebt zichtbare aandeelhouders en je weet wat het belang is van het bedrijf. Namelijk: het bedrijf goed doorgeven aan de volgende generatie. Daardoor hebben ze de intrinsieke motivatie om het goed te doen. Ze zullen net dat stapje meer zetten, omdát het gaat over hun eigen bedrijf, hun familie en de reputatie daarvan. Bij andere bedrijven zitten directeuren voor drie, vier jaar op hun plek en zijn dan op weg naar de volgende stap in hun carrière. En moet er een belangrijke beslissing worden genomen? Dan kan dat heel snel. De belangen van de aandeelhouders en directie zijn immers meestal gelijk.’

Familiebedrijven moeten professionaliseren

Dat betekent overigens niet dat familiebedrijven volledig kunnen leunen op hun naam en faam. Waar ze voorheen prima een gesloten bedrijf konden zijn, wordt nu gevraagd om transparantie. Thomassen: ‘Lange tijd was het zo: zijn klanten en medewerkers tevreden? Dan doe je het goed. Tegenwoordig moet ook de maatschappij tevreden worden gehouden. En daarvoor moet je naar buiten treden en opener communiceren. Bijvoorbeeld over hoe je werkt aan de verduurzaming van je bedrijf, of over hoe je maatschappelijk betrokken bent.’


Weet je als familiebedrijf niet hoe je dit doet, dan kan je aankloppen bij FBNed. Voor kwesties over marketing en communicatie, maar ook als je wilt professionaliseren. Thomassen: ‘We krijgen veel vragen van leden van familiebedrijven die geschoold willen worden in de rol die ze in het bedrijf hebben. Hoe ben je, bijvoorbeeld, een goed aandeelhouder? En: wat moet ik doen als ik in de raad van commissarissen zit? Ook helpen we bedrijven om een goede eigenaarsvisie te vormen. Zo was er een bedrijf dat van zichzelf wist: wij zijn handelaren en we willen groeien. Concreet betekende dat voor hen dat ze niet terug in de keten wilden om te gaan produceren, maar dat een overname prima zou zijn. Dat helpt om de koers te bepalen. Ook voor de volgende generaties.’

‘Bij een familiebedrijf weet je van wie je koopt en bouw je naast een zakelijke, ook vaak een persoonlijke relatie op. Dat geeft vertrouwen.'

Kortetermijndenken

Familiebedrijven staan erom bekend dat ze betrouwbaar zijn. En zullen critici zeggen: ze zijn ook erg conservatief. Ze richten zich vooral op de lange termijn. Thomassen ziet daar een kentering: ‘De wereld verandert snel en is onvoorspelbaarder geworden. Je ziet dat familiebedrijven naast de plannen voor de langere termijn, ook vaker focussen op de korte termijn. Ze maken bijvoorbeeld een businessplan voor drie jaar, in plaats van vijf.’


Een goede ontwikkeling volgens Thomassen, maar bij zulke businessmodellen hoort ook een andere manier van denken: ‘Vaak denken ze van zaken die niet zo goed lopen: het levert niet zoveel rendement op, maar we geloven erin en we kunnen er mensen mee aan het werk houden. Dus gaan we ermee door. Een andere veelvoorkomende gedachte van familiebedrijven is dat ze autonoom zijn en zelf willen groeien. Maar als een samenwerking of een investeerder je naar de volgende fase kan helpen, waarom zou je dat dan niet doen?’.

Vertrouwelijke omgeving

Zulke uitdagingen kunnen best spannend zijn. Daarom wil FBNed een netwerk zijn waar je in een vertrouwelijke omgeving inspiratie kan opdoen. Thomassen: ‘Veel van onze bijeenkomsten gaan over familiebedrijvenkwesties als: samenwerken met je broer of zus, óf hoe werk je samen met een directeur die geen familie is? En over lastige fases als de opvolging. Vroeger was het vanzelfsprekend dat een van de kinderen de zaak zou overnemen. Nu wordt daar veel rationeler naar gekeken. De passie van de ene generatie is niet per se die van de volgende. Dus zie je vaker dat kinderen wel eigenaar worden, maar niet de zaak aansturen. Maar hoe doe je dat? Dan is het goed dat je antwoorden krijgt van mensen die deze fase al hebben meegemaakt en weten waar ze het over heben.’

Volgende pagina:

‘Ons bedrijf heeft een ziel, het is geen technisch verhaal’