'Een of twee weken per jaar werk ik áán de onderneming in plaats van erin'

In gesprek met Jeroen Driessen, CEO van familiebedrijf Driessen Groep

Jeroen Driessen is CEO van Driessen Groep. Anderhalf jaar geleden heette dit bedrijf nog Driessen HRM. In 2018 – tijdens het 25-jarig jubileum - veranderde het familiebedrijf in een Familie van Bedrijven. Driessen Groep bestaat inmiddels uit vijf bedrijven, die zich allemaal bezig houden met werkgeluk in het publieke domein. Mét succes. De groep doet het niet alleen financieel goed, maar ook als werkgever. Voor de negende keer op rij ontving ze de titel Best Managed Company. Driessen reageert op negen stellingen over familiebedrijven.

Onze familiewaarden zie je meteen in ons bedrijf

‘Klopt. Dat geldt overigens voor veel familiebedrijven hoor, dat je de mensen erachter in het bedrijf hoort doorklinken. Wij positioneren onze groep als een familie van bedrijven. Al die bedrijven hebben hun eigen kleur en sfeer, maar het zijn wél broertjes en zusjes van elkaar, met een gemeenschappelijke afkomst. Bij ons wordt die afkomst bepaald door één zin: Maakt werkgeluk mogelijk. Alles wat we doen, draait daarom. Dat betekent ook dat we mensgedreven zijn. Je moet een organisatie vormgeven om de mens. Niet de mens in een organisatievorm stoppen.’

In familiebedrijven voelen medewerkers zich thuis

‘Ja óf nee. Vaak heeft een familiebedrijf een duidelijke kleur. Daar houd je van, of niet. Wij hebben gewerkt aan een scherpe profilering van onze cultuur. Daar komen steeds meer mensen op af, die weten “welke muziek gedraaid wordt in het café”. Als je andere muziek gewild had, vind je het ritme lastiger en dan is het handiger om naar een ander café te gaan.’

Zonder passie geen succes

‘Absoluut waar, het gaat eerst om het hart, dan om het hoofd. Er zijn allerlei organisaties die doen wat wij doen. En die zijn heus niet slecht. Het gaat dus niet alleen om wát je aanbiedt, maar ook om hoe je dat doet. Als je een boodschap wilt overbrengen naar je medewerkers of klanten, moet je hen raken in hun hart, dan zijn de warmte en relatie ontzettend belangrijk. Dat gaat niet zonder passie.’

Tijdens het eten, praten we niet over werk

‘Tuurlijk wel. Ik vind het sowieso onzin om persoonlijk en professioneel te scheiden. Ik ben één persoon en ik heb verschillende rollen. Aan tafel praten we over wat ons bezighoudt. Dat kan zijn dat een van de kinderen ruzie heeft met een vriendinnetje, dat een rapport tegenvalt of dat “papa” een aanbesteding heeft gewonnen. En dat ik daarom trakteer op een ijsje. Natuurlijk let ik er wel op dat ik de balans bewaar en dat het niet iedere avond over het werk gaat.’

'Alles wat we doen, draait om werkgeluk. Dat betekent ook dat we mensgedreven zijn.'

Ik loop wel eens door de zaak als er niemand is

‘Ja, dat doe ik wel eens. Omdat ik iets moet doen of halen, niet om te genieten van de eenzaamheid. Ik hou van leven in de brouwerij. Een zaak is niet gebouwd om leeg te staan. Ik krijg er een beetje een naar gevoel van als er niemand is. Dat heb ik bijvoorbeeld hetzelfde bij een kerk; die moet gewoon gevuld zijn. Mooi hoor, die serene stilte. Maar het gebouw verliest voor mij zijn functie erdoor.’

Ik betaal een hoge prijs voor succes

‘Nee, dat vind ik niet. Ik ben erg gelukkig en werkgelukkig. Natuurlijk gebeuren er dingen die even slikken zijn of die erin hakken. Maar ik heb nog geen dag het gevoel gehad dat ik liever met iemand met een andere baan zou willen ruilen. Dat komt ook omdat ik écht in werkgeluk geloof. En dan bedoel ik niet iets zweverigs, maar dat je werk zinvol is en je er plezier aan beleeft. Dat het ertoe doet. Voor mij is dat zo. Anders zou ik het ook niet kunnen delen met medewerkers en klanten. Ik maak wel regelmatig echt een pas op de plaats. Eén of twee weken per jaar werk ik áán de onderneming en mijzelf in plaats van ín de onderneming. Dan neem ik serieus afstand om bijvoorbeeld een opleiding te doen. Dat gun ik iedereen. Je zou het luxe kunnen noemen, ik noem het noodzaak.’

Zonder mijn gezin was er geen familiebedrijf

‘Absoluut. Zonder mijn vader en mijn moeder was het eerste bedrijf er überhaupt niet geweest. En mijn gezin is mijn thuisbasis. Zij zijn de voorwaarde voor het succes. Als het thuis niet goed zou lopen, heeft dat zijn weerslag op het bedrijf. Andersom zijn ze ook het doel van mijn werk. Werk is hartstikke belangrijk, het geeft zin aan je leven, je komt onder mensen, maar het is óók goed om voor je gezin te kunnen zorgen. Een stabiele thuisbasis is ontzettend belangrijk.’

Het is goed zakendoen met familiebedrijven

‘Dat geldt wel voor veel familiebedrijven, maar zeker niet voor alle. Het heeft te maken met omvang en vooral ook met waarden. Wij werken veel in de publieke sector. Daar zie ik soms organisaties die je zou kunnen typeren als familiebedrijven, zonder dat ze dat zijn, een school of een gemeente bijvoorbeeld. Puur omdat ze zo waardegedreven zijn. Als een familiebedrijf erg groot is, en de eigenaar zit zes lagen verderop, dan zijn de lijntjes niet zo kort hoor. Dat beeld is geromantiseerd. Familie heeft ook niet altijd met de bloedlijn te maken. Binnen onze organisatie zijn er ook collega’s die meer als familie voelen dan een neef of nicht die ik één keer per jaar zie.’

'Binnen onze organisatie zijn er ook collega’s die meer als familie voelen dan een neef of nicht die ik één keer per jaar zie.’

In mijn kinderen zie ik directeuren

‘Nee, absoluut niet. Ik weiger ook zo naar hen te kijken. Ik wil geen koninklijke toestanden. Mijn dochters zijn twaalf en dertien. Laat ze lekker twaalf en dertien zijn. We zien wel hoe het loopt. Dat vond ik ook heel mooi met mijn vader. Wij hebben nooit afgesproken dat ik het bedrijf zou overnemen. Als wegen elkaar kruisen, en het van beide kanten klopt, prima. Maar daar denk ik nu niet over na. Nu zijn we vooral bezig met het grootbrengen van de verschillende entiteiten in de familie van bedrijven van Driessen Groep. Dat ze hun eigen waarden en ritme ontwikkelen. En misschien dat ze op een dag weer hun eigen gezin stichten.’

Volgende artikel:

'Mijn dochter, mijn vader en AFAS'