'Je proeft gewoon de trots die in het bedrijf zit’

Rick Ariese werkte jaren in het familiebedrijf van zijn ouders en is nu werkzaam als salesmanager bij AFAS

Vanaf zijn zestiende werkte Rick Ariese, salesmanager bij AFAS, in het familiebedrijf van zijn ouders. Nog steeds springt hij op zaterdag bij als het nodig is. Het is een exclusieve modezaak in Nieuwegein die al drie generaties door de familie wordt gerund. ‘Mijn ouders vonden het belangrijk dat ik leerde wat hard werken is én dat het je niet zomaar komt aanwaaien.’

Hoe is het als kind in een familiebedrijf?

‘Zoals elk ander kind, weet je niet beter dan dat dit jouw familie is en dat de dingen gaan zoals ze gaan. Terugkijkend herinner ik me vooral de geweldige momenten samen. Mijn vader stond niet langs het voetbalveld op zaterdag, want dan was de zaak natuurlijk ook open. Maar als mijn ouders wel vrij waren, dan was het ook écht quality time voor ons.’

Wat leerden je ouders je over werken?

‘We kwamen niets te kort, maar we werden zeker niet gepamperd. Ik was op mijn dertiende al peren aan het plukken in een boomgaard bij ons in de buurt. En voordat ik in de zaak mocht werken, moest ik eerst maar eens ervaren hoe anderen in de business de zaken aanpakken. Dus ging ik eerst een tijdje aan de slag in een andere herenmodezaak.’

Wat heb je meegenomen naar AFAS?

‘De spirit en het enthousiasme om altijd door te gaan. Dat heb ik van mijn vader. Maar ik vind het ook belangrijk om gericht tijd met mijn vrouw door te brengen. Daarom hebben we thuis afgesproken dat we tussen 8 uur ’s avonds en 8 uur ’s ochtends zo min mogelijk met ons werk bezig zijn. Natuurlijk werk ik wel eens door, maar als het kan: laptops dicht en werktelefoons uit.’

‘Die betrokkenheid is echt kenmerkend voor een familiebedrijf. En dat merk je ook als je zelf geen familie bent.'

Welke overeenkomsten zie je tussen het bedrijf van je ouders en AFAS?

‘Het is nogal een verschil hoor. Een zaak van zeven à acht man en AFAS met nu meer dan 450 medewerkers. Wat ik herken is de trots en betrokkenheid. Ton van der Veldt en Piet Mars zitten in de raad van bestuur en zijn nog écht betrokken bij het bedrijf. En als ik hen zie, denk ik aan mijn oma van 94 die vaak op zaterdag nog even bij ons komt kijken. Vol trots om te zien dat de zaak draait en de volgende generatie aan het werk is. Dan merk je dat het om meer gaat dan werk alleen.’


‘Die betrokkenheid is echt kenmerkend voor een familiebedrijf. En dat merk je ook als je zelf geen familie bent. Toen er ’s nachts een ramkraak was in de zaak van mijn ouders, hing Bas van der Veldt diezelfde ochtend al aan de telefoon om te vragen hoe het met mij ging en te zeggen dat ik mijn tijd en aandacht nu vooral moest besteden aan de zaak en mijn ouders.’

Je werkt nu bij AFAS, maar ga je ooit weg om de zaak over te nemen van je ouders?

‘Ik vind het vak en de zaak van mijn ouders prachtig. Maar ik ben er bijna zeker van dat ik het niet ga doen. Ik houd van hard werken, maar ik vind het ook belangrijk dat ik op vrijdagavond de deur achter me dicht kan trekken en tijd heb voor mijn gezin. En bij AFAS doe ik eigenlijk hetzelfde als in de zaak van mijn ouders: met mensen in gesprek gaan, luisteren naar hun behoeftes en dan met een passende oplossing komen.’

Volgende artikel:

‘Het gaat om de reputatie van het bedrijf
én van de familie’