‘Ons bedrijf heeft een ziel, het is geen technisch verhaal’

In gesprek met AFAS oprichters Ton van der Veldt en Piet Mars

Eigenlijk is AFAS een twéé-familiebedrijf, met als oprichters Ton van der Veldt en Piet Mars. Zij droegen tien jaar geleden al de dagelijkse leiding over aan hun zonen Bas en Arnold. Zelf vormen ze de raad van bestuur. En hebben hun handen vol aan onder meer de nieuwbouw, de foundation, Curaçao, België en belangen rondom AFAS. Ton: ‘We zijn altijd met de toekomst bezig, meer dan met het nu.’

Hoe is dat? Samen een bedrijf oprichten en uitbouwen?

Piet: ‘Ideaal. We zijn complementair, Ton is van het product, ik meer van het proces en de cijfertjes. Samen kunnen we daardoor zó’n groot krachtenveld aan. Tegelijkertijd hebben we dezelfde visie op wat belangrijk is in het leven, en dat is essentieel. Ik zou niet kunnen werken met iemand die van de jetset is en mee wil doen met de grote jongens, bijvoorbeeld.’

Ton: ‘We houden allebei niet van blabla. Het gaat om de inhoud, om de visie. Daar denken we precies hetzelfde over. Als we nu oudere teksten van onszelf teruglezen, weten we niet meer welk stukje van Piet is en welk stukje van mij.’

En wat is die visie dan?

Piet: ‘Ons bedrijf heeft een ziel, die gaat over delen met je mensen, delen met je klanten, en de maatschappij ook nog meenemen. Dat is geen technisch verhaal. Dat zit heel diep. Ook in het partnerschap tussen Ton en mij. Als Ton mij om twaalf uur ’s nachts belt dat ie een probleem heeft, rij ik meteen naar hem toe.’

Ton: ‘Dat is wederzijds. We zijn er onvoorwaardelijk voor elkaar en weten bijna alles van elkaar. Elke ochtend, tijdens de koffie, rond acht uur, half negen praten we bij. Over de zaak, maar ook over thuis.’

Piet: ‘Praten over wat je bezighoudt, is een voorwaarde voor succes. Je moet open naar elkaar zijn. Als er bijvoorbeeld bij een van onze kinderen iets speelt, dan vertellen we dat.’

Zit jullie ziel en zaligheid in AFAS?

Piet: ‘Mijn ziel wel, mijn zaligheid niet. Bij ons thuis gaat het met kerst niet over AFAS. We zijn een maatschappelijk betrokken gezin, we hebben privé ook een foundation en talloze projecten, er is veel meer.’

Ton: ‘Het zou ook niet gezond zijn, als er alleen maar AFAS zou zijn.’

Piet: ‘Er zijn wel eens ondernemers die tegen me zeggen: ‘Ik werk tachtig uur per week’. Onzin. Reken het maar eens na. Bovendien is hard werken helemaal geen garantie voor succes, dat is juist een visie hebben en richting geven.’

Ton: ‘En wij hebben ontzettend veel lol in ons werk. Als er iets negatiefs is, maken we er iets positiefs van. Sowieso wordt er niet gezeurd.’
Piet: ‘Zeuren, daar kunnen we niet tegen. De mensen met de zwarte hoeden: die van het kan niet, het lukt niet, ja maar, die krijgen geen vat op ons.’

'Ons bedrijf heeft een ziel, die gaat over delen met je mensen, delen met je klanten, en de maatschappij ook nog meenemen. Dat is geen technisch verhaal. Dat zit heel diep.'

Dik tien jaar geleden droegen jullie de dagelijkse leiding over aan jullie zonen. Was dat een vooropgezet plan of een kwestie van gevoel?

Ton: ‘De jongens werkten al in het bedrijf, hadden er lol in en ze groeiden in hun rol. Daar begon het mee.’

Piet: ‘Wij gingen ieder jaar samen een week weg om de strategie te bespreken. Tijdens zo’n week definieerden we twee wegen: óf er komt geen opvolging, en dan gaan we verkopen, want we zouden nooit met een aangestelde directeur kunnen werken. Óf er komt wel opvolging. En het zou mooi zijn als de jongens dat zouden willen.’

Ton: ‘We hebben dus eerst met zijn tweeën gesproken en gedacht, voordat we het met de jongens deelden. Zo hoort het ook. Als het over de zaak gaat, ben je éérst bestuurder.’

Piet: ‘Voor Bas was het wel duidelijk dat hij wilde, Arnold heb ik meegenomen op reis om erover te praten. Maar binnen een uur lag de vraag al op tafel, haha. Zo gaat dat altijd bij ons. We trekken ergens een week voor uit, dan hebben we mooi de tijd. En in het vliegtuig is het al geregeld.’

Hoe werd er in het bedrijf gereageerd?

Piet: ‘Er waren destijds directeuren die moesten wennen dat we Arnold en Bas zo vroeg naar voren schoven. Die hadden nog niet door dat wij altijd ver vooruit kijken, en dat dat ook betekent dat we steeds bezig zijn met veranderende rollen.’

Ton: ‘We zijn nu zo rond de 65. We hadden wel tot dit moment kunnen wachten, maar dan draag je het stokje over en dat was het dan. Wij wilden juist geen verandering van de een op de andere dag, maar een groeiscenario. Nu hebben we de overgang echt kunnen begeleiden. En dat is een fantastische tijd geweest.’

Piet: ‘We hebben samen zó veel kunnen doen. Dat we met zijn vieren zoiets hebben kunnen neerzetten, is geweldig.’

Geen moeite met loslaten?

Ton: ‘Natuurlijk wel. Zeker in het begin.’

Piet: ‘Niet overdrijven Ton, jij had je handen vol aan de klus met de nieuwbouw aan de overkant, ik aan de foundation. En ja, je denkt wel eens: hè Bas waarom deed je dit nou zo, of: Arnold had dat niet anders gekund, maar dat vond ik dan meteen ook kinderachtig van mezelf.’

Ton: ‘Dat is ook het voordeel van twee families hè, dat we elkaar daar scherp op hielden.’

'Wij hebben ontzettend veel lol in ons werk. Als er iets negatiefs is, maken we er iets positiefs van. Sowieso wordt er niet gezeurd.'

Hoe lukt het om vertrouwen te hebben in je kinderen als directeuren?

Piet: ‘Je maakt een denkfout. Dat vertrouwen kwam niet ineens bij de overdracht, het is een basishouding van ons: ruimte en verantwoordelijkheid geven.’

Ton: ‘Vertrouwen heb je nodig om goed te kunnen ondernemen en succesvol te zijn. Dat is geen trucje, het is voor ons vanzelfsprekend. We hebben elkaar ook nooit gecontroleerd. Ik zie dat ook terug bij de jongens. Zij hebben inmiddels nog minder regels en controle dan wij. Dat vind ik verstandig.’

Piet: ‘Wij geloven in een aantal basisprincipes. Dat je terugkrijgt wat je geeft, bijvoorbeeld. En dat je pas kunt vermenigvuldigen als je kunt delen. En die is wezenlijk anders dan wat we zien in softwareland, met allerlei ingewikkelde contracten waar je niet vanaf kunt. Bij ons kun je elke dag weg: zowel onze klanten als onze medewerkers.’

En het resultaat is dat jullie heel succesvol zijn. Kan het ook té goed gaan?

Ton: ‘Dat zeggen mensen wel.’
Piet: ‘Maar die hebben geen idee hoe scherp we hier in huis discussiëren. Zodra je zelfgenoegzaam wordt, wordt het gevaarlijk. Maar dat is hier zeker niet aan de hand. Er zijn vergaderingen waar de rook uit de schoenzolen komt. En het gekke is dat we daarna altijd een doorbraak hebben en weer verder kunnen.'

Hoe zien jullie je eigen toekomst?

Piet: ‘Wij moeten geen blokkade worden in de ontwikkeling van het bedrijf. We moeten ook waarde hebben voor de organisatie. Bas en Arnold kunnen de zaak nu al voor 100 procent draaien. Wij hebben het DNA kunnen doorgeven en het is hun verdienste dat ze het DNA in het bedrijf zo veel verder hebben doorontwikkeld. Of het nu gaat om het sociale voor medewerkers en klanten of de maatschappelijke betrokkenheid. We zullen altijd verbonden blijven met AFAS, maar naarmate de tijd verstrijkt, zullen we op een andere manier betrokken zijn.’

Ton: ‘Als aandeelhouder hoef je nooit helemaal afscheid te nemen, dat is fijn. Want daardoor kun je altijd met de toekomst bezig zijn. Dat is wat we altijd gedaan hebben. En wat we het liefste doen. Je zou het idioterie kunnen noemen dat we zeven jaar geleden al grond aan de overkant hebben gekocht vanuit het idee: die hebben we ooit nodig. Ik noem dat visie.’

Piet: ‘Met zo’n visie heb je ook plots iets dat boven de software uitstijgt. Wij zijn niet belangrijk, de familie is niet belangrijk. Het bedrijf is belangrijk. Daar gaat het om.’

Volgende artikel:

‘In familiebedrijven krijgen mensen meer
waardering voor hun werk’