IN GESPREK MET ERIC VERWEIJ (COBOUW)

‘Digitalisering en industrialisering kunnen de bouw uit de catch-22 helpen’

Lage marges, hoge risico’s en steeds terugkerende faalkosten: voor het gemiddelde bouwbedrijf blijven er geen kapitalen over om eens flink te investeren in innovatie. Aan de andere kant gaat de sector de maatschappelijke ambities niet halen met de huidige aanpak. Dat constateert Eric Verweij, hoofdredacteur van Cobouw. Hij beschrijft de uitdagingen én mogelijke oplossingen.

Eerst maar eens de uitdagingen. Wat zijn die in de bouw? ‘We hebben in Nederland een woningbouwopgave waar je scheel van gaat kijken: voor 2030 moeten er 845.000 woningen worden gebouwd. Dat is bijna 94.000 huizen per jaar. Daarnaast moeten veel woningen nog verduurzaamd worden. En dan hebben we het nog niet eens over de ontwikkelingen in de infrastructuur. Op die ambities lopen we achter. Er zouden aan het einde van de kabinetsperiode van Rutte III tussen de dertig- en vijftigduizend woningen verduurzaamd zijn. Het zijn er iets meer dan achtduizend geworden. Echt veel te weinig. Met de huidige aanpak gaat de sector de doelen ook gewoon niet halen.’ Wat is het probleem? ‘Het sneuvelt op gebrek aan digitalisering en industrialisering. Daardoor blijven de kosten te hoog, en de volumes te laag. En dat heeft allerlei oorzaken. We zien bijvoorbeeld dat veel digitale processen in de bouw nog een lappendeken zijn. Is er een probleem met een proces? Dan wordt daar een digitaliseringsoplossing voor gezocht. Maar als je dat voor elke kwestie apart doet, heb je het ook maar zo over veertig, vijftig verschillende tools. Dat werkt niet. Dat is ook wat professor Bauke de Vries aangeeft. Hij is hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven en juryvoorzitter Cobouw Award Digitalisering. En hij zegt: bedrijven investeren wel in digitalisering, maar te gefragmenteerd. Er zit te weinig visie en strategie achter. Maar de wil is er wel.’

Als de wil er wel is, waarom gebeurt het dan niet? ‘Dat is in de eerste plaats een financiële kwestie. De bouw is – zeker in Europa – een branche met lage marges en hoge risico’s. Er is daardoor bij het gemiddelde bouwbedrijf niet heel veel vrijelijk besteedbaar kapitaal. Dat maakt het financieel gezien minder haalbaar om eens flink te investeren in innovatie. Die risico’s zitten met name in grote aanbestedingen.

Je neemt als bouwer een opdracht aan voor een bepaald bedrag, en vervolgens blijkt de opdracht groter, en zijn er veel meer kosten. De gemiddelde opdrachtgever zegt dan niet: dit gaan we even samen oplossen. Het risico wordt gewoon bij de aannemer gelegd. Soms is de kennis er bij opdrachtgevers ook gewoon niet. Het knelt enorm.’ ‘Een andere kwestie is dat bouwbedrijven moeten opereren in een keten. En het succes daarvan hangt af van standaardisatie. Experts zeggen dat daar nog een wereld te winnen is. De taxonomie, de uniforme begrippentaal die nodig is om dit soort digitalisering te kunnen doen, is er nog niet. Alleen het begrip digitalisering zelf al. Sommige bedrijven zeggen: ‘Wij zijn digitaal, want we zijn over op BIM.’ Maar BIM is helemaal geen digitalisering, het is automatisering van je ontwerp. Prefab en industrialisering zijn ook van die begrippen die door elkaar gebruikt worden.’

'Door te digitaliseren kun je de kosten drukken, en kun je nieuwe verdienmodellen ontdekken. Dat is interessant.’

Levert dat die hoge faalkosten op waar het steeds over gaat? ‘Ook. De hoge faalkosten zijn al jaren een probleem. En ook daar zouden digitaliseren en industrialiseren een oplossing kunnen zijn. Dat begint al heel simpel met één integrale ERP-oplossing. Welke dat dan ook maar is. Nu werken sommige bedrijven, zeker in het MKB, nog met een A4-tje of een zelfgemaakt Excelbestand. Dat is vragen om problemen. Dit lijkt dus een catch-22. Want om dat op te lossen moet je weer investeren. En dat geld is er niet. Dus moet je creatief zijn.’ Want er zijn wel uitzonderingen? ‘Jazeker. Zo is Van Wijnen overgenomen door een investeerder: HAL Investments. Zij willen op grote schaal woningen gaan produceren, echt grote volumes. Het opzetten van zo’n bouwfabriek kost heel veel geld. Dat kan dankzij het kapitaal van HAL. En bouwgroep Dijkstra Draisma is heel innovatief bezig. Directeur Biense Dijkstra laat daarin duizend bloemen bloeien. Zijn bedrijf won afgelopen jaar de Cobouw50 Award voor best presterende bouwonderneming. Dat betekent dat innovatie ook gewoon rendabel kan zijn. Logisch ook, door te digitaliseren kun je de kosten drukken, en kun je nieuwe verdienmodellen ontdekken. Dat is interessant.’ Hoe zit die link dan? ‘Data bestaat eigenlijk uit twee componenten, statische data zoals je die in BIM vindt en dynamische data. Dat gaat over AI, internet of things, machine learning, dat werk. Als je die twee koppelt, kunnen er nieuwe verdienmodellen ontstaan. Winnaar van onze digitaliseringsaward Strukton heeft daar een begin mee gemaakt door het gebruik van bewegingssensoren bij de nieuwe N737. Daarmee wordt onder meer de verkeersdoorstroom verbeterd. Als je zo’n toepassing op grotere schaal uitrolt, wordt het interessant. Niet voor niets richten grote techbedrijven zich steeds meer op onze markt.’

Bijvoorbeeld? ‘Apple werkt aan slimme woningen. Google heeft geprobeerd in Toronto een heel slimme wijk op te zetten. Dat is mislukt, privacy was daar het probleem. Dat lost Ben van Berkel van UNStudio in Nederland op in het Brainport Smart District: een slimme innovatieve wijk in Helmond waar inwoners zelf bepalen welke informatie ze wel en niet delen. Dat is een heel interessant concept, maar het betekent natuurlijk wel dat je je kennis over data en privacy goed op orde moet hebben, om het ook te kunnen regelen. Dan kun je winst gaan maken. Dat kan ook met verregaande industrialisatie. Daar is Katerra uit Californie mee bezig. Dat bedrijf is opgericht door jongens van Tesla die woningbouw integraal willen aanbieden. Inclusief eigen houtfabriek. Een soort one stop shop. Er werkt nu al 2000 man. Als zulke jongens met hun digitale kennis én de diepe zakken van durfinvesteerders naar Nederland komen, dan hebben we het over heel andere volumes.’

Zeker als innovatie in Nederland nog zo gefragmenteerd is. ‘Klopt. Dat heeft er ook mee te maken dat er nog niet veel lef is om te falen. En dat staat experimenten in de weg. Terwijl experimenten zo nuttig kunnen zijn. Er is bijvoorbeeld een proef geweest met metselen door robots. Die bleek in de buitenlucht niet heel succesvol. Maar die kennis kan nu wel ingezet worden in de fabriek. In een gecontroleerde omgeving kunnen robots het wél. We zien nu gelukkig dat overheid en wetenschap daar soms bij helpen. De TU Delft heeft woningen beschikbaar gesteld om in te experimenteren. Een soort real life laboratorium. Dat helpt al. Als je dan als bouwer ook nog eens een digitale dochteronderneming opzet om dit soort proeven in te doen en te kijken wat werkt, beperk je de risico’s helemaal.’

'De hoge faalkosten zijn al jaren een probleem. En ook daar zouden digitaliseren en industrialiseren een oplossing kunnen zijn. Dat begint al heel simpel met één integrale ERP-oplossing.'

En dan moet er nog opgeschaald worden. ‘Ja, en dat lukt bij ons nog niet zo goed. Er zijn in Nederland wetten en regels die opschaling in de weg staan. Neem het Eindhovense PowerNEST, dat heeft kant-en-klare units voor zonne- en windenergie. Kun je zo op het dak zetten. Hartstikke mooi, maar je moet in Nederland minstens een meter van de rand blijven. En daar vang je flink minder wind. In de Verenigde Staten en Azië zijn die regels er niet. Los van wat we van die regels vinden, zorgen ze er wel voor dat dit soort bedrijven naar het buitenland vertrekken, omdat je daar meer mag. Daarnaast houden Nederlandse bouwers hun kaarten graag tegen de borst. Ze zeggen dat ze graag kennis delen, maar doen dat in de praktijk niet zo snel. Ze zijn bang dat ze de concurrentie op een idee brengen.’ En als je gewoon zorgt dat je zelf flink voorop loopt? Bijvoorbeeld door jonge mensen aan te nemen? ‘Dat is sowieso een goed idee. Zeker voor het MKB. Haal nieuwe slimme mensen binnen, die net van school komen, en hier kennis over hebben. En waar willen die werken? Bij een bedrijf dat de boel digitaal goed op orde heeft, en waar zowel visie als durf op digitaal gebied aanwezig is. De echte bright minds haal je niet binnen met een Excelcultuur. Die willen niet consolideren wat al verouderd is, die zien kansen en willen vooruit. En kansen zijn er genoeg.’