GROEIEN IN EEN VERANDERENDE MARKT, MAAR HOE?

‘‘De branche is weer opgeklommen naar de rand van de kuil, nu is het zaak over de rand te komen’

Wie denkt dat flexbedrijven na de coronacrisis over kunnen tot de orde van dag, heeft het mis. Om de toekomst aan te kunnen, moeten bedrijven de golven van de aankomende vierde industriële revolutie goed kunnen bevaren, stelt Wim Davidse. Hij is hoofdredacteur van Flexmarkt Magazine en expert en strategisch adviseur op het gebied van uitzenden en detacheren. ‘Dit is geen kwestie van je business een beetje tweaken. Het moet fundamenteel anders.’

Hoe gaat het met de flexbranche? ‘De situatie was op 1 januari dit jaar al behoorlijk uitdagend. Bedrijven in de branche zijn druk geweest met voorbereiding op de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Ze moeten ermee dealen dat hun product 5 procentpunt duurder is geworden. Daarbij kwam de superkrappe arbeidsmarkt. Die heeft ook gevolgen voor de branche. We weten dat werkgevers minder kiezen voor flex en meer voor vaste contracten op het moment dat de werkloosheid onder de 4 procent schiet.’ Hebben alle uitzenders en detacheerders daar evenveel last van? ‘Vooral voor de echt grote bedrijven levert dit moeilijkheden op. Kleinere uitzenders en detacheerders zijn vaak zo gespecialiseerd dat werkgevers hen benaderen met de vraag om personeel te werven dat ze zelf niet kunnen vinden. De grote jongens bieden daarvoor onvoldoende toegevoegde waarde. Bovendien werken deze grote bedrijven vaak voor multinationals en die zijn extreem gevoelig voor ontwikkelingen in de wereldhandel. Die handelsoorlog tussen China en Amerika bijvoorbeeld, heeft direct een negatief effect.’ En dan hebben we het nog niet gehad over de coronacrisis. ‘Corona heeft grote delen van de economie in de pauzestand gezet. In het tweede kwartaal beleefde de flexbranche een historische omzetkrimp van 17 procent. Die is zelfs groter dan tijdens de crisis in 2009. Tegelijkertijd was de totale economische krimp 9 procent, en dat hadden we ook nog nooit beleefd. Inmiddels kruipen we weer uit het dal. De ABU heeft cijfers gepubliceerd tot begin augustus en daarin is de krimp al beduidend kleiner: 11,5 procent. Een andere goede graadmeter is de inkoopmanagersindex. Die beschrijft in augustus voor het eerst in bijna een half jaar groei ten opzichte van de vorige maand. Het zijn twee indicatoren dat we terug zijn geklommen naar de rand van een diepe kuil.’

Prachtig, maar het klinkt ook kwetsbaar. Hoe zorg je als flexbedrijf dat je niet opnieuw de kuil inkukelt? ‘Door te werken in de pauze. En wel op twee manieren: focus en futurise. Focus heeft te maken met ingrepen in het hier en nu. Bijvoorbeeld door heel goed liquiditeitsmanagement te doen, maar ook door je huidige business onder de loep te nemen: welke kansen liggen voor het oprapen en wat kost eigenlijk alleen maar geld? Iedereen heeft van die klanten of projecten die moeite kosten, waarbij het altijd hangen en wurgen is. Dít is het moment om daarmee te stoppen. Kansen zitten nu niet in de horeca, wel in de zorg en de logistiek, bijvoorbeeld in het bevoorraden van supermarkten, of thuisbezorgen.’ Goed, je hebt je focus helemaal op orde. En dan? ‘Dan is het zaak om verder de toekomst in te kijken, om trends te zien. Wat mij betreft staan we aan de vooravond van een vierde industriële revolutie. De eerste drie waren van de stoommachine, de verbrandingsmotor en de informatietechnologie. Deze vierde revolutie zit ingewikkelder in elkaar, ze bestaat uit vier golven. De eerste gaat over demografie. De vergrijzing neemt zó toe, dat we vanaf 2025 met een krimp van de beroepsbevolking te maken hebben. Dat gaat heel veel krapte opleveren. De beroepsbevolking die overblijft, kenmerkt zich door individualisering en de behoefte aan purpose. We laten ons niet meer afschepen met een cao-boekje, maar willen afspraken die bij ons passen en een aanstekelijk verhaal waar we warm van worden. Anders komen we niet bij een werkgever. De tweede golf is deglobalisering, door het geruzie tussen de grote landen, wordt de wereld weer kleiner, of in ieder geval veranderen verhoudingen. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of je als flexbedrijf nog veel in de automotive kunt doen. Dat speelt zich voornamelijk af in Duitsland, dat weer afhankelijk is van China, dat weer een handelsoorlog heeft met India en Amerika. Dan kun je denken: wat heb ik daar als uitzendbureau in Emmeloord mee te maken? Nou, veel dus. Het is bijvoorbeeld verstandig te kijken naar branches die verbonden zijn met meer kansrijke gebieden zoals Afrika en Zuid-Amerika.’

'Dit is geen kwestie van je business een beetje tweaken. Het moet fundamenteel anders.'

En de derde en vierde golf? Die gaan over duurzaamheid en digitalisering. We gaan van vlees naar vega en van fossiel naar groen, en de vraag is: waar zit jouw klantenkring, en ben je dan wel futureproof? Datzelfde geldt voor digitalisering, robotisering en artificiële intelligentie. Die betekenen nogal wat. Banen verdwijnen, verschijnen en veranderen. Zo’n tien jaar geleden waren administratief medewerkers nog de belangrijkste functiegroep voor flexbedrijven, zo’n 500.000 medewerkers. Daarvan is 40 procent in de hele markt al verdwenen omdat software dat beter kan, en dat gaat door. Ben je daar op ingericht?’ Als je het zo stelt, kun je je afvragen of er überhaupt toekomst is voor de flexbranche. ‘Die is er zeker wel. En dat heeft er voornamelijk mee te maken dat werkgevers ook zien dat de wereld om hen heen steeds turbulenter wordt. Om de toekomst aan te kunnen, willen ze wendbaar zijn. Dat is een sterk argument. En daar heeft de flexbranche een belangrijke rol. In principe heeft de flexmarkt dus een grote potentiële markt. Maar dan is het wel belangrijk dat je echt radicaal anders naar je eigen business kijkt, met in je achterhoofd de vraag hoe je die vier golven gaat bevaren. Dat is geen kwestie van je huidige manier van werken een beetje tweaken.’ Innoveren dus. ‘Precies. Flexbedrijven kunnen bijvoorbeeld veel meer kijken naar de behoeften van de flexkrachten dan naar die van de opdrachtgevers. Medewerkers kunnen kiezen uit legio bureaus. Wat maakt dat ze kiezen voor jou? Welke toegevoegde waarde bied je? Je zou medewerkers kunnen zien als carrière-nomades, en jezelf als flexbedrijf als gids. Je helpt iemand een aantal jaren heel interessant werk te doen, en ontdekkend te leren. Eerst een paar jaar hier, dan een paar jaar een gelijksoortige functie in een andere branche of juist een andere functie in diezelfde branche. Dat is echt een propositie voor uitzendbureaus en detacheerders. Daarmee leveren ze meteen enorm toegevoegde waarde voor werkgevers. Want die hebben misschien geen administratief medewerker meer nodig, maar vanwege de krapte op de arbeidsmarkt wél de persoon die eerst administratief medewerker was. Uitzendbureaus en detacheerders kunnen bij er uitstek voor zorgen dat diegene omgeschoold wordt en de juiste ervaring opdoet.’

Dat vraagt wel wat van je eigen organisatie. ‘Zeker. Je moet kandidaten bijvoorbeeld veel beter tracken en tracen. Wat interesseert hen, wat irriteert hen, wat werkt en wat niet? En wat betekent dat voor de coaching en bemiddeling die je doet? Deze golf kun je – net als de anderen trouwens – alleen bevaren als je je gegevens op orde hebt. En dan bedoel ik niet op zo’n manier dat je je kunt verantwoorden naar de Belastingdienst, maar dat je ook daadwerkelijk kunt sturen.’ En heeft de flexbranche de gegevens zo op orde? ‘Een kwart wel, driekwart niet. Dat is een rudimentaire inschatting, gebaseerd op internationaal onderzoek. Voor de coronacrisis organiseerden we een evenement over digitalisering. Daarin werden ook allerlei recruitmenttools gepresenteerd. Alle deelnemende flexbedrijven waren hartstikke geïnteresseerd. Logisch ook: je kunt zoveel beter bemiddelen en coachen als je dat goed automatiseert en digitaliseert. Veel mensen denken: internet bestaat 25 jaar, social media 10 jaar, ik weet het wel zo’n beetje. Dat is echt onzin, je kunt er nog zó veel meer uithalen. We staan pas aan het begin.’

'Je kunt zoveel beter bemiddelen en coachen als je dat goed automatiseert en digitaliseert.'